Norm
In 2035 zijn er vastgestelde momenten waarop in zorgsettingen wordt gescreend en op die momenten wordt ten minste 80% van de mensen gescreend. In 2035 is in alle zorgsettingen beleidsmatig vastgelegd hoe screeningsuitslagen leiden tot concrete acties en hoe de opvolging daarvan wordt bewaakt.


Huidige situatie
- In Nederland wordt een veelheid aan screeningsinstrumenten toegepast. De resultaten hiervan sluiten onvoldoende op elkaar aan, wat leidt tot uiteenlopende risico-inschattingen.
- Preventieve signalering van risicofactoren vindt nog onvoldoende plaats.
- Chronische ondervoeding, die geleidelijk ontstaat, krijgt weinig aandacht.
- Er is te weinig aandacht en ondersteuning voor het vervolgproces na screening; vervolgacties kosten tijd en die is voor zorgprofessionals vaak beperkt beschikbaar.
- Er is te weinig afstemming en samenwerking over lijnen heen.
- Binnen interprofessionele teams is er vaak onduidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden, concrete taakafspraken ontbreken regelmatig.
Oorzaken van situatie
- Breder toepasbare tools zoals Patient-Generated Subjective Global Assessment Short Form (PG-SGA SF) zijn later beschikbaar geworden.
- Professionals ervaren een gebrek aan tijd om te handelen, waardoor de verantwoordelijkheid regelmatig wordt doorgeschoven naar de eerstelijnszorg.
- Het delen van screeningsinformatie verloopt via het delen van gegevens uit Elektronisch Patiënten/Cliënten Dossier (EPD/ECD) systemen en dat bemoeilijkt de overdracht van gegevens tussen zorginstellingen.


Beoogde verandering
- Professionals beschikken over brede kennis van de impact van ondervoeding op behandelresultaten. Zij herkennen risicofactoren, kenmerken en risicogroepen, weten wat hun rol is bij screening, en weten wie ze wanneer moeten inschakelen of wanneer diagnostiek nodig is.
- In alle zorgsettingen vindt frequente signalering van ondervoeding plaats.
- Waar mogelijk worden dezelfde instrumenten gebruikt in alle domeinen, die screenen op risicofactoren voor en kenmerken van ondervoeding.
Mogelijke oplossingsrichtingen
- Eén screeninginstrument kiezen dat geschikt is voor alle settingen en populaties.
- Digitaal ondersteunen van screening zodat mensen en professionals minimaal belast worden. Vragen aan mensen integreren met bestaande informatievragen.
- Screeninguitslag (bron) registreren in bestaande systemen om dubbele uitvraag te voorkomen.
- Screening op (risico op) ondervoeding opnemen in richtlijnen van ouderenzorg, medisch specialisten, sociaal domein en gehandicaptenzorg. Coördinatie tussen zorgprofessionals en over lijnen heen inregelen.
- Screening aanpak uitbreiden in alle zorgsettingen met ‘vervolg handelingen’ – handelingsperspectief in kaart brengen.
- Vaardigheden van zorgprofessionals trainen om gesprek te voeren over ondervoeding met cliënt/patiënt.
- Meer aandacht organiseren voor ondervoeding en screening op (risico op) ondervoeding binnen het onderwijs – initiële opleidingen.
- Vergroten van kennis en bijscholen van zorgprofessionals.


