‘Naar betere samenwerking rond ondervoeding en sarcopenie bij thuiswonende ouderen’
Ondervoeding en sarcopenie komen veel voor bij thuiswonende ouderen en kunnen leiden tot verlies van spierkracht, verminderde zelfstandigheid en een lagere kwaliteit van leven. Omdat de zorg voor deze problematiek meerdere disciplines raakt, is goede afstemming essentieel. Een gedeelde werkwijze kan helpen om de aanpak gericht op voeding en bewegen meer in samenhang te organiseren.
Binnen het door ZonMw gesubsidieerde project InterGAIN is een prototype interprofessioneel zorgpad ontwikkeld voor (risico op) ondervoeding en sarcopenie bij thuiswonende ouderen (zie kader hieronder). Het doel is de persoonsgerichte zorg voor ouderen te optimaliseren. In recent gepubliceerd onderzoek beschrijven promovenda Sandra Boxum (Hanze Groningen/Radboudumc) en co-auteurs de ontwikkeling en onderbouwing van deze aanpak.
Samenwerken in eerste lijn
Het onderzoek richtte zich op de vraag hoe professionals in de eerste lijn beter kunnen samenwerken rond ouderen met risico op of aanwezigheid van ondervoeding en/of sarcopenie. De onderzoekers maakten gebruik van de zogenaamde Double Diamond?methode, een ontwerpgerichte aanpak waarin ontdekken, definiëren en ontwikkelen elkaar afwisselen. Diëtisten, fysiotherapeuten, huisartsen, praktijkondersteuners, wijkverpleegkundigen, casemanagers dementie en een specialist ouderengeneeskunde werkten hierin nauw samen. De professionele inzichten werden aangevuld met een interview met een thuiswonende oudere en patiëntverhalen uit eerder interviewonderzoek.
Versnipperde zorg
Een belangrijke bevinding was dat de huidige zorg rondom voeding en spierkracht versnipperd verloopt. Professionals signaleren problemen vaak wel, maar informatie wordt niet altijd gedeeld, waardoor het lastig is om interventies goed op elkaar af te stemmen. Sommige ouderen krijgen daardoor bijvoorbeeld meerdere huisbezoeken in korte tijd, terwijl op andere momenten onvoldoende opvolging plaatsvindt. Daarbij komt dat professionals soms verschillen in wat zij als signaal zien om te screenen, te verwijzen of op te schalen; als die ‘triggers’ niet expliciet zijn, maakt dat gezamenlijke besluitvorming en tijdige doorverwijzing lastiger.
Vroege herkenning als vertrekpunt
Het ontwikkelde zorgpad biedt een begrijpelijke structuur om dit te verbeteren. Vroege herkenning vormt het vertrekpunt: alle betrokken professionals – waaronder diëtisten – kunnen signalen oppikken en eenvoudig screenen met gevalideerde instrumenten zoals de PG-SGA Short Form voor risico op ondervoeding en functionele tests zoals de zogeheten chair stand test en handknijpkracht voor sarcopenie.
Bij een negatieve screening volgt herbeoordeling na drie maanden. Wanneer de screening positief is, start een geïntegreerd behandeltraject waarin voedingsinterventies en kracht-/functionele training op elkaar worden afgestemd, vastgelegd in een gedeeld behandelplan met duidelijke rolverdeling tussen de betrokken professionals en terugkoppelmomenten. De diëtist en fysiotherapeut hebben hierin vaak een centrale rol, maar de aanpak benadrukt juist dat álle professionals kunnen bijdragen aan motivatie, leefstijladvies en praktische ondersteuning.

Formats voor taakverdeling
Daarnaast bevat het zorgpad hulpmiddelen die de samenwerking concreet maken, zoals formats voor taakverdeling, gedeelde behandelplannen en vaste momenten voor teamreflectie. Dit helpt om duidelijk af te spreken wie welke stappen zet en wanneer informatie wordt gedeeld. Een aangewezen vast aanspreekpunt voor de oudere zorgt voor overzicht en kan helpen voorkomen dat patiënten opnieuw hun verhaal moeten doen.
Samenhangede zorg
Volgens de onderzoekers vormt het interprofessionele zorgpad op deze manier een belangrijke stap richting meer samenhangende en persoonsgerichte zorg voor thuiswonende ouderen met (risico op) ondervoeding en/of sarcopenie. Voor diëtisten betekent dit dat hun expertise beter ingebed kan worden in een breder zorgnetwerk en dat samenwerking met andere disciplines eenvoudiger en effectiever wordt. Vervolgonderzoek binnen InterGAIN moet nog uitwijzen hoe haalbaar en passend het zorgpad is in de dagelijkse eerstelijnspraktijk.
Kader van het onderzoek
Dit onderzoek maakt deel uit van Project InterGAIN, waarbij de projectleiding in handen is van prof. dr. Harriët Jager-Wittenaar. Het is een door ZonMw gefinancierd programma gericht op het verbeteren van interprofessionele samenwerking rond (risico op) ondervoeding en sarcopenie bij thuiswonende ouderen. Het nu gepubliceerde artikel bouwen voort op eerder werk binnen dit project, waarin zowel de behoeften van professionals als de wensen en ervaringen van ouderen uitgebreid zijn onderzocht. De interprofessionele patiëntreis die in het huidige artikel is uitgewerkt, waarin zowel de zichtbare contactmomenten met de patiënt als de ‘backstage’-interactie tussen professionals in kaart worden gebracht, vormt een volgende stap in het ontwikkelen van geïntegreerde en werkbare oplossingen. De onderzoekers geven aan dat in de komende fase zal wordt onderzocht hoe acceptabel, geschikt en haalbaar het zorgpad is in de dagelijkse praktijk.
Op 23 april vindt het eindsymposium van InterGAIN plaats, klik voor meer informatie hierover.
Bron:
Boxum SD, Reinders JJ, van den Berg MGA, van ’t Veer J, Tieland M, Spoorenberg SLW, et al. Co-designing an interprofessional care pathway for (risk of) malnutrition and sarcopenia in community-dwelling older adults. BMC Health Services Research. 2026;26:245. https://doi.org/10.1186/s12913-026-14047-7
Auteurs

